Op bezoek bij Agentschap Zorg en Gezondheid: 'Als overheid bieden we een breed BelRAI-aanbod.'



Kwaliteitsvolle zorgerkenningen en -subsidies, gezondheidspreventie en ziektebestrijding, dataverzameling en IT-oplossingen maar ook betaalbare zorg. Voor iedereen. Het Agentschap Zorg en Gezondheid bestiert een indrukwekkend takenpakket, al komt het niet zo vaak in het nieuws als de beleidsmakers waarvoor het werkt. Laat ons daar wat verandering in brengen met Tom Vermeire, afdelingshoofd Woonzorg. Een sympathiek ervaren rot in het vak, met ruim 20 jaar beleidservaring. En een boeiende tafelgenoot rond de uitrol van BelRAI, een betere Vlaamse zorg en duurzame partners als Pyxicare.


Gefaseerde ontwikkeling en implementatie


De BelRAI-uitrol brengt veel werk met zich mee. ‘Sinds 1 juni is het eerste instrument in gebruik: de Screener voor zorgbudgetten & zorgplanning bij OCMW’s, gezinszorg en de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen. Bedoeling is vanaf 1 juni 2022 het sociaal supplement te implementeren, een ‘extra laag’ op de Screener die de sociale situatie van de cliënt in kaart brengt. De BelRAI Homecare en LTCF volgen vanaf 1 juni 2023, in respectievelijk de gezins- en woonzorg. Moeten alle 82.000 bewoners vanaf dan een LTCF op hun naam hebben? Neen. Maar elke nieuwe opname betekent wel een nieuwe LTCF, terwijl andere bewoners langzaam zullen volgen.


Voor Homecare en LTCF bieden we eind dit jaar een eigen webapplicatie aan. Intussen bezorgden we de technische vereisten voor de webservices van beide instrumenten aan de IT-leveranciers. Die stellen hen in staat om eigen apps te bouwen die met het Vlaamse BelRAI-platform koppelen. Onze webapplicatie houdt in een eerste fase geen rekening met verschillende zorgverleners, maar tegen midden 2022 komt er een multidisciplinaire versie. We hebben nu ook de regelgeving klaar rond de vorming, waardoor organisaties erkend kunnen worden als trainers. Hiervoor werken we samen met het Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek. Vanaf april 2022 bieden we het hele implementatietraject aan. Zodat 1 juni 2023 wordt gehaald, want dat is een heel belangrijke datum.’


Overheidsvangnet of commercieel pakket


Tegelijk ziet Tom een belangrijke rol voor andere BelRAI-aanbieders. ‘De meeste woonzorgcentra kiezen wellicht voor een commercieel pakket, dat zijn toch de signalen die ik hoor. Omdat onze webtoepassing er nog niet is, door de integratiemogelijkheden met hun bewonersdossier of door de nood aan een uitgebreide data-analyse. Maar voorzieningen die te klein zijn, de middelen niet hebben of andere redenen om niet in te stappen, kunnen kosteloos bij ons terecht. Ook andere sectoren waarin ook kleinere diensten huizen, zoals de gezinszorg en OCMW’s, zullen misschien de overheidstoepassing gebruiken.


Eigenlijk bieden we als overheid een soort vangnet, omdat de drempel om BelRAI te gebruiken zeer laag moet zijn, ook als commerciële spelers plots zouden afhaken. Nu ja, als men via ons de Screener gebruikt of bij pakweg Pyxicare: alle data komen altijd in de centrale databank. Dat gebeurt dankzij een door ons ontwikkelde link met het BelRAI-platform, zodat elke softwarespeler kan koppelen. Daar zijn een aantal randvoorwaarden aan verbonden, want alle BelRAI-pakketten moeten gehomologeerd worden. Zodat de betrokken softwarespelers bewijzen dat ze serieus zijn, speler X toegelaten wordt maar speler Y misschien niet.’


Pilootproject-partnership met Pyxicare


De samenwerking met Pyxicare is alvast heel serieus. ‘We werken voor onze pilootprojecten al enkele jaren nauw samen met zeer constructieve contacten. Ons allereerste pilootproject rond de Screener liep in de regio Waas & Dender. Nu is er het BelRAI LTCF-pilootproject dat de praktische implementatie op het terrein bij zo’n 50 woonzorgcentra uittest. Omdat de Vlaamse overheid BelRAI gaat gebruiken voor de persoonsgebonden financiering, een nieuw financieringskader in de ouderenzorg, verzamelen we ook de nodige data. De doelstelling was 3.500 inschalingen, intussen zitten we al aan 5.000.


Het Homecare-pilootproject start normaal begin 2022 via onze eigen webapplicatie. De softwarespelers kunnen dan nog niet instappen, maar dat kan later nog veranderen. Als overheid willen we het level playing field voor BelRAI-aanbieders niet inperken, integendeel. Dat toont ook onze aanpak. Anderzijds is Vlaanderen klein en denk ik niet dat de markt groot genoeg is voor heel veel spelers die plots producten ontwikkelen. Zeker als die interesse opduikt wanneer er een verplichting aankomt. Sowieso willen wij niet in concurrentie met de commerciële spelers. De markt moet kunnen spelen.’


Maatschappelijk debat en engagement


De dialoog met andere actoren wordt wel voortdurend gezocht. ‘In het PREZO-interview met Zorgnet-Icuro hoor ik dat de zorg nog altijd kampt met te weinig handen aan het bed. En dat de recente Vlaamse investering niet voldoende is met de komende vergrijzing. Maar welke zorgprofielen wil je gefinancierd inzetten? Mogen dat andere profielen zijn voor geen pure zorgopdrachten? Kwaliteit van zorg betekent voor mij nog altijd dat je voldoende gekwalificeerde professionals moet hebben. Maar er zijn ook andere uitdagingen die onze voorzieningen opnemen, zoals hulp bij administratieve zaken. Of sociale zaken zoals een koffie in de cafetaria en een luisterend oor.


Die zijn belangrijk, zeker voor mensen die niet meer omringd zijn door familie of mantelzorg. Ik ben de eerste om dit mee te nemen in het debat, misschien moeten we dit ook financieren. Alleen zijn daar grenzen aan: het wordt een evenwichtsoefening, ook voor de politiek. Het zou zeker geen slecht idee zijn mocht die zich engageren op lange termijn, ook budgettair in verhouding tot de geboden zorgomkadering. Daar willen we onze rol als beleidsvoorbereidend agentschap zeker spelen, als de coronahectiek ons wat verlaten heeft. Laat ons met zo veel mogelijk objectieve gegevens een kader creëren waarmee de politiek reële, beredeneerde inschattingen kan maken.’


Kwaliteitsindicatoren, kwaliteitsdenken


BelRAI levert alvast waardevolle data aan. ‘Je haalt alle verplichte kwaliteitsindicatoren, behalve die rond personeelsinzet, uit het instrument. Als je die uit je bewonersdossier moet halen is dat redelijk omslachtig. Maar BelRAI betekent meer: naast het fysiek rapporteren kan je benchmarken, doelen stellen en je kwaliteitsdenken aan bod doen komen. Als er bijvoorbeeld 5 bewoners met doorligwonden kampen: vind je dat aanvaardbaar? Of liever naar een nultolerantie met concrete acties? Op die manier interageren de indicatoren met je kwaliteitsbeleid en met methodieken zoals PREZO.


Je hebt altijd woonzorgcentra die voortrekken, het LTCF-pilootproject is in die zin een zeer mooi verhaal. We hadden veel meer kandidaten dan het huidige aantal. Dat toont aan dat die huizen, of toch een groot deel, bewust zijn van het BelRAI-belang. Maar je moet ook realistisch blijven: er zal altijd een grotere groep zijn die op het moment dat het nodig is de juiste actie onderneemt. Er zal ongetwijfeld ook een aantal zijn dat op het einde van de klas op het einde van de rij blijft hangen. We proberen als agentschap in de mate van het mogelijke informatie te delen, goed uit te leggen wat wanneer verwacht wordt. En te begeleiden in het zogenaamde change management.’


Perceptie, realiteit en wenselijkheid


Hetzelfde geldt naar wie een woonzorgcentrum overweegt. ‘We moeten blijven werken aan het beeld dat van de sector wordt opgehangen. Mensen zullen wellicht blijven beslissen om te verhuizen als het echt niet anders kan. Maar het zou geen keuze mogen zijn omdat je bereid bent al je vrijheden op te offeren. Zelf beslissen wanneer je wil opstaan of eten, wanneer je mensen kan zien of een uitstapje wil doen... Die autonomie van het leven is belangrijk, uiteraard in de mate van het mogelijke.


Vergelijk de keuze voor een woonzorgcentrum een beetje met op reis gaan: sommigen vinden een groot hotel met een gigantisch buffet en glijbanen leuk, anderen liever niet. Ik ga ervan uit dat we moeten proberen om dat keuzepalet maximaal aan te bieden. De penetratiegraad van woonzorgcentra, 825 stuks in 300 gemeenten, is een troef. Je vindt er een in elk dorp. Dat vind ik belangrijk: dat de zorg in de buurt een residentiële voorziening is, kleinschalig waar mogelijk, zonder mensen 30 km te verplanten. Want dan is het broze sociale weefsel helemaal weg.’

227 keer bekeken
Uitgelichte berichten
Recente berichten